Bauhaus in het Ruhrgebied: architectuur-avontuur net over de grens

Citytrip Ruhrgebied Duitsland

Toen ik vertelde dat ik een paar dagen naar het Ruhrgebied zou reizen, kreeg ik meer dan eens een vertwijfeld “Eh oké, en wat ga je daar doen dan?” te horen. Als je bij deze regio in het westen van Duitsland denkt aan grauwe, lelijke industrie, ben je zeker niet de enige. Alleen doe je het Ruhrgebied daarmee wel echt tekort. Hippe steden wisselen zich hier af met wilde natuur. En ook architectuurliefhebbers kunnen hun hart hier ophalen. In steden zoals Essen, Krefeld en Oberhausen is aan het begin van de 20e eeuw behoorlijk wat geëxperimenteerd met design. Ik neem je mee op een architectuur-avontuur net over de grens in Duitsland: een korte reis vol Bauhaus-verrassingen.

Bauhaus voor dummies: meer dan geometrische vormen

De meeste mensen kennen Bauhaus als gebouwen met een plat dak, grote ramen en een witte gevel. Maar het is veel meer dan dat. Behalve een architectuurstijl is Bauhaus een kunstenaarsschool, een pedagogisch project en een manier om de wereld op een nieuwe manier uit te denken. Doelstellingen van Bauhaus waren bijvoorbeeld het creëren van hoogwaardige technische en esthetische producten, waarbij de functionaliteit centraal stond. Verschillende kunstdisciplines werden met elkaar geïntegreerd om tot een Gesamtkunstwerk, een totaalkunstwerk te komen. Kunst werd hiermee ook onderdeel van het dagelijks leven. Bauhaus heeft blijvende sporen achtergelaten. En dan heb ik het niet alleen over je grootouders die een design-stoel van een Bauhaus-ontwerper hebben staan. Nee, denk bijvoorbeeld ook eens aan Ikea: de kasten, tafels en banken zijn bij uitstek een voorbeeld van ‘kwalitatief design voor de massa’. En dus is het heel spannend om te zien waar Bauhaus vandaan kwam, hoe de beweging ontstond. En laat je dat nu heel goed kunnen doen in het Ruhrgebied, vlak over de grens in ons buurland.

Krefeld: Bauhaus-bolwerk met bijzondere architectuur

Aan het begin van de 19e eeuw was Krefeld een waar Bauhaus-bolwerk. De welvarende zijdenindustrie bleek een vruchtbare bodem voor kunstenaars en ontwerpers te zijn, die kunst, architectuur, ambacht en functie voor het dagelijks leven wilden vervlechten. De volgende drie plekken in Krefeld ademen Bauhaus en zijn een bezoek waard als je een lang weekend in het Ruhrgebied bent.

Museum Haus Esters en Haus Lange

Hermann Lange en Josef Esters waren de directeuren van de zijdefabriek VerseidAG. Zij haalden de Duits-Amerikaanse architect Mies van der Rohe naar Krefeld om twee villa’s te ontwerpen. Hem ken je misschien wel van de Barcelona-stoel: een zetelstoel met een frame van hoogglans, plat staal en lederen kussens die met tuiglederen singels worden ondersteund. Het is overigens een stoel die nog altijd in productie is en die bij menig design-liefhebber in de huiskamer staat. Mies van de Rohe was echter ook architect en ontwierp voor de heren Lange en Esters een huis. Het resultaat waren twee typische Bauhaus-woningen: statige ‘blokkendozen’ met enorme ramen, kamers die naadloos in elkaar overgaan en een hoge functionaliteit.  Van buiten zien de gebouwen er nogal gesloten en compact uit, maar achter de gevel gaan de muren, balkons en terrassen trapsgewijs over in de tuin en is het juist een open geheel.

Haus Lange en Haus Esters worden sinds 1955 en 1981 gebruikt als tentoonstellingsruimtes voor moderne kunst. Kunstmuseen Krefeld biedt hier regelmatig tentoonstellingen aan, waarbij ook de beide villa’s zelf als tentoonstellingsobject kunnen worden gezien.

VerseidAG op het Mies van der Rohe Business Park

Een aantal jaar later ontwierp Mies van der Rohe ook de industriële gebouwen voor de VerseidAG, een groot textielbedrijf, dat in Krefeld werd opgericht om zich te wapenen tegen de concurrentie uit de buurlanden. Krefeld wilde immers de industrie waarmee de stad rijk was geworden wel in stand houden. Bij een groots bedrijf hoort ook een gebouw met een statement, vonden de directeuren Esters en Lange (inderdaad, die van de huizen hierboven). En daarom nodigden zij Mies van der Rohe uit, die op dat moment helemaal ‘in’ was door zijn beroemde Barcelona-paviljoen, dat dienst deed als de ontvangstruimte van de wereldtentoonstelling in 1929. Het was het eerste en laatste fabrieksgebouw dat de architectuur zou ontwerpen, maar het mag er zijn.

Dat Mies van de Rohe zijn tijd ver vooruit was, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de tussenmuren op de vier verdiepingen niet dragend zijn. Daardoor kunnen de ruimtes modulair worden ingericht. Het was daarmee een soort open space office van de toekomst Dat is misschien iets dat ook het niet-getrainde architectuurliefhebber opvalt, andere details zijn veel subtieler. Daarom vond ik het zelf erg leuk om hier met een gids op pad te zijn. De gids wees me bijvoorbeeld op de kleine kraantjes in het trappenhuis. ‘Enig idee waarom die zich hier bevinden?’ vroeg ze. ‘Eh, misschien voor de dorstige kantoormedewerkers,’ opperde iemand in de groep twijfelend. Het bleek dat de kraantjes er voor de schoonmakers waren, zodat die tijdens het werk niet steeds naar de andere kant van het gebouw moest lopen om water te halen. Heel functioneel! En die gekartelde daken van de verfhallen? Die zijn niet alleen maar voor de sier. Van der Rohe koos voor een atypisch hoogte van de scheve ramen, zodat er meer daglicht in het gebouw zou vallen.

Op het Mies van der Rohe Business Park zijn vandaag de dag verschillende ondernemingen gevestigd, zowel in de kantoorruimtes als in de andere gebouwen. Sommige plekken, zoals de voormalige verfhallen, staan nog leeg. Als het aan de huidige uitbaters ligt, is dat niet meer voor lang. Zij hebben al net zo’n pioniersgeest als Mies van der Rohe. Hun wens is om hier een werk- en leefcampus van te maken met ondernemers en verschillende horeca-gelegenheden. Een foodhal, fitness, coworking-spaces, een ginbar en nog veel meer: het moet er de komende tijd allemaal komen. Onthoud deze plek maar goed want dit zou wel eens dé hotspot van het Ruhrgebied kunnen worden.

Het Mies van der Rohe Business Park is vrij toegankelijk. Wil je graag een rondleiding? Neem dan contact op met de PR-afdeling via pr@mies-van-der-rohe.com of +49 2151 440826. Houd ook de website in de gaten voor tentoonstellingen en evenementen.

Het Bauhaus van nu: het Krefeld-Pavillon in het Kaiserpark

Nieuw gebouwd in 2019, maar zeker minstens zo spannend is het Krefeld-Pavillon. De houten sculptuur in het Kaiserpark is door de architect Thomas Schütte ontworpen en houdt het midden tussen een  pantheon en een panopticum. Het is een begaanbaar kunstwerk dat bewust Bauhaus als avantgardistische architectuurstijl negeert en juist focust op Bauhaus als visuele kunst. In het paviljoen worden wisselende tentoonstellingen georganiseerd.

Tip: eten op een stijlvol station bij het Nordbahnhof

Eten op een station? Als je alleen al bij het idee in elkaar krimpt omdat je denkt aan de vette hap die je even snel tijdens een overstap naar binnenwerkt, kan ik je geruststellen. Op het Nordbahnhof in Krefeld pakken ze dit namelijk heel anders aan. Op het voormalige treinstation kun je juist heel lekker en eten. Op de kaart staan degelijke, Duitse gerechten met een moderne touch waarbij je waar krijgt voor je geld, zoals je dat van Duitsland kent. Ook vegetariërs vinden genoeg keuze op de menukaart. Zomers kan je lekker op het perron zitten en als het daarvoor te koud is, is het binnen ook gezellig knus. Eten op het station was nog nooit zo leuk!

Zeche Zollverein in Essen: Bauhaus of toch niet?

Al van verre is het interessante bouwwerk van de Zeche Zollverein, de voormalige kolenmijn in Essen, te zien. De roodbruine schachtbok 12 torent tientallen meters boven de grond uit. Maar nog bijzonderder is dat met deze mijnschacht tot wel 120 meter diepte kolen uit de grond gehaald konden worden. Het is de oudste kolenmijn van de wereld en staat niet voor niets sinds 2001 op de UNESCO werelderfgoedlijst: het is een uitstekend voorbeeld van de toepassing van Bauhaus-ideeën in een industriële context. Voorop stond altijd de functionaliteit van de kolenmijn: form follows function.

Maar is dat wel echt zo? Onze gids Peter Reuter vertelde al bij de ingang: “Stiekem is de architectuur van de Zeche Zollverein ook een sterk staaltje marketing. Wat zie je hier?” Hij wees naar twee symmetrische gebouwen met een doorgang ertussen. Daarachter verschijnt een spits gebouw met trapgevel. Peter draait zich om, en wijst naar een groot plat gebouw, lager dan de andere er omheen en stelde vervolgens de vraag: “Welke gebouw is belangrijker?” Iedereen in de groep was het erover eens: het hoge gebouw.

“Niet dus, het is precies andersom. In het lage gebouw werd energie opgewekt, waardoor alles hier kon blijven draaien. Het hoge gebouw dat alle aandacht trekt, is slechts het ketelhuis. Maar dat eerste gebouw wilden ze klanten niet laten zien, dat zou te gevaarlijk zijn. Dus deden ze net alsof ze alle klanten meenamen naar het belangrijkste gebouw, wat in feite slechts het ketelhuis was, maar wel relatief veilig om te laten zien,” vertelde Peter en grijnsde.

Toen later tijdens de rondleiding zichtbaar werd dat alleen de gevels van de gebouwen symmetrisch zijn doordat aan eentje een totaal zinloze uitbouw is gemaakt, was de verwarring compleet: is dit nou functioneel Bauhaus of niet? Ontdek en ordeel zelf. Het is de moeite waard om een rondleiding (met Peter Reuters!) over de Zeche Zollverein te boeken om al deze spannende details te horen.

Maar ook zonder rondleiding zul je je ogen uitkijken op het terrein van de Zeche Zollverein in Essen. Het einde van de steenkolen en -staalindustrie betekende een nieuw begin voor het terrein. Er kwam ruimte voor recreatie, groen en cultuur. Het 14 vierkante kilometer grote terrein is openbaar en zeker een bezoek waard en je kunt hier makkelijk een dag rondstruinen. Er zijn parken, ateliers, verschillende restaurantjes en cafés, en talloze bijzondere plekjes. Liefhebbers van design kunnen hun hart ophalen in het Red Dot Museum (€9,-) en in het Ruhr-Museum (€8,-) kun je meer leren over de geschiedenis en het heden van het Ruhrgebied.

Extra tip voor Essen: tuindorp Margarethenhöhe

Als je bij een bestemming voor je volgende citytrip niet meteen aan Essen denkt, ben je zeker niet de enige. Onterecht eigenlijk, want deze stad net over de grens in Duitsland heeft écht veel te bieden. Alleen de Zeche Zollverein is al een stedentrip naar Essen waard. Maar er is meer. Heel bijzonder tijdens mijn architectuur-avontuur in Noordrijn-Westfalen vond ik het tuindorp Margarethenhöhe. Als ik daar was gedropt zonder te weten waar ik was, had ik zeker niet op een grote stad als Essen gegokt. De wijk werd in meerdere fases tussen 1909 en 1935 uit de grond gestampt om medewerkers van de Krupp-fabrieken een woning te bieden. Sociaal-reformatorische ideeën van de tuindorp-beweging weerspiegelen zich hier in de architectuur: mensvriendelijk, gelegen in een groene omgeving en van alle comfort voorzien.

Ik keek mijn ogen uit toen ik door de Margarethenhöhe wandelde. Bijna geen huis ziet er hetzelfde uit. Ik vroeg me af: is dit dan een heel duur project geweest. Schijn bedriegt, zo bleek toen ik deze vraag later aan de dames van NRW Tourismus stelde. Architect Georg von Metzendorf bedacht een concept, waarbij hij uniforme elementen gebruikte en deze steeds weer op een andere manier combineerde. Hierdoor onstond een gevarieerde wijk, maar bespaarde hij ook kosten.

Ben je net als ik nieuwsgierig hoe zo’n woning er van binnen uitziet? Het Ruhr Museum heeft samen met de Margarethe Krupp-Stiftung een ‘voorbeeldwoning‘ in de Stensstraße 25 ingereicht. Die kan tijdens rondleidingen bezichtigt worden.

Het LVR-Industriemuseum in Oberhausen

Het eerste wat ik deed toen ik bij het LVR-Industriemuseum uit de bus stapte? Ademloos omhoog staren en het indrukwekkende gebouw in me opnemen. Alleen al aan de buitenkant van het gebouw is ontzettend veel te zien. De voormalige opslagplaats voor de ijzerverwerkingsbedrijf Gutehoffnungshütte is ontworpen door Peter Behrens, een echte design-kameleon die zich thuis voelde in de Bauhaus-stroming. Hij maakte niet alleen het ontwerp voor dit imposante gebouw, maar ook koffiekannen, jurken, de Duitse ambassade in St. Petersburg, een broodrooster en nog veel meer. “Behrens was een enorm creatieve geest en kon goed uit de voeten met allerlei vormen,” vertelde de hoofdcurator van het museum tijdens een rondleiding. Tegenwoordig huist in dit imposante gebouw het industriemuseum, dat met meer dan 300.000 objecten het leven en werken in het industriële tijdperk toont en tegelijkertijd belangrijke aspecten van de Rijnlandse industriële en sociale geschiedenis van het einde van de 18e eeuw tot heden documenteert. Extra leuk: bezoek tijdens een rondleiding het museumdepot op de vierde verdieping. Hier vind je van alles dat (nog) niet tentoongesteld is: van weefgetouwen met een half afgemaakt doek erop tot vintage strijkijzers.

Hagen: experimenteren met moderne kunst en architectuur

“Zonder Hagen geen Bauhaus,” begon onze gids Michael Eckhoff de rondleiding rondom de villa Hohenhof. Industrialist en kunstverzamelaar Karl Ernst Osthaus nodigde aan het begin van de 20e eeuw verschillende architecten en kunstenaars uit om op zijn stuk grond in Hagen te experimenteren met het Moderne. Een van die gasten was de Belgische Henry Van de Velde, die uiteindelijk ook het woonhuis van Osthaus ontwierp. Villa Hohenhof is het voor Bauhaus zo typische Gesamtkunstwerk: Van de Velde ontwierp niet alleen het huis, maar ook de tuin, de meubels, accessoires en zelfs kleding voor de vrouw van Osthaus. Rondom de villa staan nog vele andere experimentele gebouwen die op uitnodiging van Osthaus gebouwd werden, waarmee een belangrijke basis voor Bauhaus gelegd werd.

Op Bauhaus-avontuur in Noordrijn-Westfalen

Deze plekken zijn slechts een kleine greep uit de architectuur-highlights van Noordrijn-Westfalen. Zo zie je maar: het industriële Ruhrgebied heeft meer te bieden dan je op het eerste gezicht misschien zou denken. Waar deze regio vlak over de grens in Duitsland een eeuw geleden nog gedomineerd werd door dampende fabrieken en modderige terreinen, verandert het Ruhrgebied snel in een veelzijdige bestemming vol hotspots. Architectuur-hoppen, dansen op de vetste festivals, wandelen door de natuur die voormalige industrieterreinen herovert: het Ruhrgebied is hip. Bekijk de  op de website van Noordrijn-Westfalen welke andere Bauhaus-highlights je niet mag missen of klik even verder voor fietsroutes, wandelingen en andere bezienswaardigheden net over de grens in Duitsland.

Architectuur-hoppen met het openbaar vervoer in NRW

Het fijne is dat de steden in deze Duitse regio goed met elkaar verbonden zijn door het openbaar vervoer, waardoor je prima een aantal steden met elkaar kan combineren tijdens een lang weekend in het Ruhrgebied. Geen parkeerstress, lekker relaxed reizen. Een paar ideeën voor een route:

  • Essen, Krefeld en Oberhausen liggen dicht bij elkaar en zijn daardoor goed te combineren als je tijdens een lang weekend uitsluitend met het openbaar vervoer wilt reizen.
  • Vanuit Amsterdam, Utrecht of Arnhem kun je zonder overstappen naar Oberhausen reizen met de ICE. Amsterdam – Oberhausen duurt dan nog geen twee uur. Het LVR-Industriemuseum ligt op een halfuur lopen van het station en centrum van Oberhausen. Vanaf het station rijden er verschillende bussen van bushalte 1 naar de halte ‘Neue Mitte’. Vandaf daar is het nog 5 minuten naar het museum lopen.
  • Oberhausen – Essen rijd je in 20-30 minuten met een overstap in Duisburg. Bij de Zeche Zollverein kom je met tram 107 (‘de cultuurlijn’), bus 170, bus 183 en de sprinter RB32 (halte ‘Zollverein’) of met bus 183 (halte ‘Kokerei Zollverein’ of ‘Kohlenwäsche’). Of misschien wel nog leuker: in Essen een fiets huren en naar de Zeche Zollverein fietsen. Dan heb je gelijk een goede manier om een rondje over het enorme terrein te maken.

  • Van Essen naar Hagen rijd je in 30-40 minuten met de sprinter (zonder overstap). Hagen zelf is niet groot en hier kun je veel te voet bereiken. Het Hohenhof ligt wel een stuk buiten de stad. Je wandelt er in 50 minuten heen. Met de bus kan ook, maar dan maak je een flinke omweg. Als je dit teveel gedoe vindt, zou ik Hagen tijdens een lang weekend niet bezoeken en in plaats daarvan naar Krefeld gaan. Zelf vond ik die stad interessanter en bovendien beter bereikbaar.
  • Hagen – Krefeld duurt 1,5 uur. Essen – Krefeld 45 minuten. Krefeld zelf is een kleine stad waar alles goed te voet te bereiken is. Verder rijden er veel stadsbussen.

-Disclaimer: Ik bezocht het Ruhrgebied tijdens een persreis op uitnodiging van de Tourismus NRW e.V. en ik heb daar ook een vergoeding voor gekregen. Het enthousiasme dat je leest, is 100% dat van mij.-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *